Over kv SIOS Wolvega

Op 11 juni 1945 werd de kv SIOS opgericht. Tot de jaren ’70 was de Wolvegaster club een echte gezelligheidsvereniging.

Sinds 11 juni 1945

Door bestuurlijke slordigheid ging de club bijna ten onder in 1961, maar door goed beleid van Jannes Nijholt en Marten de Jong, haalde SIOS de jaren ’70. Onder aanvoering van Klaas Sikkema koos de club voor prestatiekorfbal en in de jaren ’80 kwam alles bij elkaar. De jeugd haalde veelvuldig Nederlandse kampioenschappen en de internationals Henk Woudstra en Marijke Ensing keerden terug op het oude nest. SIOS promoveerde vanuit de tweede klasse door naar de hoofdklasse. Voorzitter Ymke Rinzema had ‘de trein op de rails gezet’. Ondanks een zege op Oost-Arnhem degradeerde SIOS echter weer en LDO voorkwam tot twee keer toe een terugkeer van SIOS. In de laatste jaren zakte SIOS weer terug naar de eerste/tweede klasse landelijk. Het beleid van SIOS is er nu op gericht om in ieder geval weer terug te keren in de overgangsklasse.

Oprichters

G. Kuipers, J. de Wilde, H. Wijnstra en J. Engelen. Dat waren de vier personen die SIOS oprichtten. Hun drijfveer was: “Er moet weer eens wat gebeuren in Wolvega”. Na de oorlog was er veel behoefte aan regelmaat en orde en zo kwam het dat 36 seniorleden en 54 aspirantleden vermeld stonden op de eerste ledenlijst. Bijzonder was dat in die tijd de spelers bijna altijd op de fiets naar uitwedstrijden gingen, of het nu om een wedstrijd in Elsloo of Siegerswoude ging. Als er al met de bus werd gereisd, dan werden er twee uitwedstrijden op 1 dag gespeeld, om kosten te sparen.

In 1961

In 1961 stond kv SIOS aan de afgrond. Doordat er jarenlang niets officieel was geregeld wat betreft administratie, contributie en ledenlijsten, kwam SIOS in grote financiële problemen. Een delegatie van SIOS klopte in paniek bij Jannes Nijholt aan. Met Marten de Jong werd hij de redder van de club. Als eerste ging De Jong bij alle leden langs voor de contributie. Een echte schok was de ledenlijst, ‘daar klopte geen moer van’. Leden speelden onder valse namen bij andere teams en de club kreeg vele boetes. Door kordaat ingrijpen wist De Jong ervoor te zorgen dat deze boetes werden kwijtgescholden. Bovendien zorgde het bestuursduo ervoor dat de club in ruil voor ‘een schoonmaakbeurt op zaterdagavond’ het totalisatorhokje van de drafbaan als kantine mocht gebruiken. Toen Klaas Sikkema aantrad ontdekte hij dat De Jong en Nijholt niet alleen de schulden hadden weggewerkt, maar voor fl. 20.000 gulden op de rekening hadden gezorgd.

De jaren 70

In de jaren zeventig zette de professionalisering binnen de korfbalsport zich door. Ook SIOS ontkwam niet aan de vraag of de club voor de gezelligheid zou blijven spelen, of dat de prestatie voorop zou moeten staan. Omdat er nauwelijks spelers waren die elke week aanwezig waren, werd het tweede uit de competitie gehaald. Voorzitter Klaas Sikkema verplichte het eerste team een keer in de week te trainen. Het is nu nog nauwelijks voorstelbaar, maar dat kostte het team zes basisspelers. In de jeugd werden de touwtjes nog strakker aangetrokken. Voor het eerst werd er nu echt beleid gevoerd. In deze jaren werd bij de jeugd de basis gelegd voor de successen in de jaren ’80. Het korfbal was niet vergelijkbaar met het huidige korfbal. Alles draaide om de individuele actie, er werd niet voorverdedigd en ook overnemen gebeurde toevallig.

De jaren 80

Met een nieuwe voorzitter ging SIOS de jaren ’80 in. Toen de dochters van Ymke Rinzema begonnen met korfbal bij SIOS werd hij al snel gevraagd als bestuurslid. Dat lukte niet erg goed, want Rinzema wilde graag zelf de touwtjes in handen hebben. Als snel werd hij voorzitter en vanaf het begin hield hij van vergelijkingen met een trein. Eindbestemming was eerst “in drie jaar terug naar de eerste klas”, maar machinist Rinzema moest dat al snel bijstellen. Al in 1981 promoveerde de club naar de tweede klasse, een jaar later in de zaal naar de eerste klasse. Nog mooier was echter de stunt van het tweede. De reserves promoveerden in hetzelfde seizoen naar de reserve hoofdklasse. Ook de junioren promoveerden naar het hoogste niveau. Een jaar later werden ze zelfs kampioen van Nederland. Na een relatief rustig jaar volgde Ger Boterman als trainer Jan Piepers op. Bovendien keerden de internationals Henk Woudstra en Marijke Ensing terug op het SIOS-nest. Binnen twee jaar promoveerde SIOS ongeslagen naar de hoofdklasse in de zaal. De junioren werden tweemaal districtskampioen. Helaas stokte de sneltrein in de hoofdklasse. Ondanks een winstpartij tegen de latere kampioen Oost-Arnhem degradeerde SIOS. Twee maal verstoorde LDO een terugkeer naar de hoofdklasse, maar in de jeugd bleef SIOS successen boeken. De aspiranten en de junioren werden nog Nederlands kampioen.

Na zeven vette jaren, zeven magere jaren

Na zeven vette jaren, zeven magere jaren. Dat gezegde is ook voor kv SIOS gedeeltelijk opgegaan. Na enkele jaren bovenin de overgangsklasse kwam SIOS in die klasse in moeilijkheden. Het beleid van SIOS is erop gericht weer terug te keren in de overgangsklasse. Daarbij krijgt vooral de jeugd veel aandacht. Onder leiding van toenmalig voorzitter Cees Bonnema is de SIOS bezig gegaan met een professionaliseringsslag. SIOS kreeg in het jaar 2001 een prachtig kunstgrasveld. Ook werd er toen een begin gemaakt met de privatisering. Deze privatisering is inmiddels afgerond en SIOS is zelf verantwoordelijk voor de onderhoud van de eigen accommodatie. De junioren zijn de afgelopen jaren tweemaal op het Nederlands Kampioenschap geweest. Eenmaal o.l.v. Harmen Tjeerdsma in Schiedam en eenmaal o.l.v. Mariska Scheenstra in Hellevoetsluis. Deze laatste maal was het succesvolst, de junioren wonnen namelijk de Nederlandse titel. Deze talentvolle juniorengroep is deels terechtgekomen bij de senioren. Hier probeert Evert Frieswijk met deze ploeg terug te komen op 1e klasse niveau. Het eerste team is in het seizoen 2006/2007 gedegradeerd op het veld naar de 2e klasse. Junioren A1 speelde in het seizoen 2007/2008 overgangsklasse op het veld. Mariska Scheenstra was toen opnieuw hoofdtrainer van de juniorenselectie. Tijdens de voorjaarsledenvergadering van 2007 nam voorzitter Cees Bonnema afscheid na een loopbaan van maar liefst 13 jaren als bestuurslid en daarvan de laatste 11 jaren als voorzitter. Momenteel speelt kv SIOS op het veld eerste klasse en in de zaal een klasse lager.

Nieuwe bestuursleden

In het voorjaar van 2010 is Roelof de Vries voorzitter van SIOS geworden. Met een nieuw, jong bestuur wordt getracht een club neer te zetten van alle SIOS’ers en voor alle SIOS’ers. Speerpunt voor het bestuur is het zogenaamd ‘bewust vrijwilligerschap’ in plaats van ‘verplicht vrijwilligerschap’. Één van de belangrijkste middelen om dit te bewerkstelligen is het aanstellen van een vrijwilligerscoördinator die alle in te vullen vrijwilligerstaken in kaart brengt en bijhoudt wie welke taak vervult. De redactiecommissie gaat op in een nieuwe PR- en Communicatie commissie en één van de speerpunten hiervan is de digitalisering die maatschappelijk wordt gevraagd. De Wedstrijdwijzer verschijnt voortaan digitaal en de club is op diverse sociale media actief. Als enige van de 5 grootste clubs van district Noord weet SIOS ieder jaar te groeien qua ledenaantal.Momenteel telt SIOS meer dan 100 spelende jeugdleden. Zonder actief in te zetten op werving is dit een grootse prestatie en bevestigt het feit dat SIOS een gezellige en leuke club is. Sportief gezien gaat het de club ook goed. Het vlaggenschip promoveert onder leiding van hoofdtrainer Nico Kraan zowel in de zaal als op het veld naar de landelijke eerste klasse. De B-aspiranten doen van zich spreken door twee maal op rij (2014 en 2015) de Noordelijke Aspirantenbeker te winnen, een unieke prestatie in korfballand. Sinds 2004 heeft SIOS ook een actief en enthousiast team voor korfballers met een geestelijke of lichamelijke beperking.Als enige korfbalclub in de regio biedt SIOS de mogelijkheid aan deze categorie mensen om onze geliefde korfbalsport te beoefenen. Eens per week wordt er getraind en iedere maand wordt er deelgenomen aan een toernooi in district Noord.

Menu